Help de vogels

Vogels, Amsterdam zit vol met vogels. als je om je heen kijkt dan zie je eenden, duiven, ganzen, meerkoeten, een specht, de mus, een koolmeesje, een spreeuw en af en toe een zwaan. Dit is een kleine greep uit de bijna 200 verschillende soorten vogels die in onze stad broeden of overwinteren.

Hieronder lichten we twee soorten uit waarmee het slecht gaat: de mus en de gierzwaluw. Zij verdienen extra aandacht. Je leest wanneer ze in de stad zijn en wat je voor ze kunt doen.

Verder kun jij je tuin of balkon zo inrichten dat je vogels helpt. Om maar even een idee te geven: alle privétuinen samen een oppervlakte van 2.380 hectare, oftewel 10% van het hele oppervlak van de stad. Als die stukken groen zijn en blijven, dan maakt dat heel veel uit voor de stadsnatuur! Hoe? Dat lees je onderaan deze pagina bij Meer vogels in je tuin.

Gierzwaluwen

Gierzwaluwen zijn maar korte tijd in ons land. Zij komen hier alleen om te broeden, van mei tot en met juli. De rest van het jaar verblijven zij in Afrika. Ze broeden in kolonies en keren ieder jaar terug naar dezelfde nestplaats.

Vooral oude gebouwen in de binnenstad zijn in trek als broedplaats. Het is voor hen net een rotslandschap, vol met holtes waarin zij hun nest kunnen maken. In de hogere luchtlagen vangen ze insecten zoals muggen voor hun jongen. Eén gierzwaluw eet per dag ongeveer tienduizend insecten. Gierzwaluwen hebben het echter steeds moeilijker omdat steeds meer nestgelegenheden onder dakpannen verdwijnen door renovatie en nieuwbouw.

Nestgelegenheid

Het bieden van nestgelegenheid is de belangrijkste maatregel om gierzwaluwen te helpen. Er zijn speciale dakpannen of inbouwstenen voor gierzwaluwen te koop. Plaats nestpannen in groepjes, bij voorkeur op een hoek of langs de kopse kant van een gebouw, op het noorden of oosten.

De ontdekking van nieuwe nestplaatsen kan soms worden versneld door het geluid van de gierzwaluw af te spelen. Neem contact op met de Stadsvogeladviseur van de Vogelbescherming om te weten of dat zinvol is in jouw specifieke geval.

Wordt er een oud gebouw in jouw buurt gesloopt, dan is er een kans dat daar gierzwaluwen (en mussen en vleermuizen) verblijven. Je kunt ons een mail sturen zodat wij de sloop onder de aandacht brengen van organisaties die zich bezig houden met bescherming van deze vogels. Je kunt ook rechtstreeks contact opnemen met de Gierzwaluwwerkgroep via hun Facebookpagina; sinds 1993 zetten zij zich in voor de bescherming van gierzwaluwen in Amsterdam. Ook de Vogelwerkgroep Amsterdam zet zich in voor de bescherming van vogels en hun leefgebied.

Meer informatie nodig

Op de site van de gemeente staat een map met broedplaatsen van de gierzwaluw. De meeste verblijfplaatsen zijn geobserveerd vanaf de straatkant, dus wat er achter de gevels gebeurt, is maar ten dele bekend.

Mis je nog verblijfplaatsen van gierzwaluwen op deze kaart of heb je aanvullende foto’s, meld dit dan alsjeblieft via de mail gierzwaluw020@amsterdam.nl. Je (nieuwe) gierzwaluwverblijfplaats wordt dan op de kaart gezet, aangemeld bij de Nationale Databank Flora en Fauna en onder de aandacht gebracht van vergunningverleners. Zo kunnen we deze bijzondere stadsvogel beter beschermen.

Mussen

De huismus (Passer Domesticus) was zo’n dertig jaar geleden één van de meest voorkomende vogels in ons land. Overal zag en hoorde je de kwetterende groepjes. Daarna namen hun aantallen snel sterk af, in Amsterdam met afnames tot wel 90%. Hij staat daarom op de Rode lijst van Nederlandse broedvolgels. De vogeltjes houden van een rommelige menselijke omgeving, terwijl onze stad steeds netter en versteender is geworden. We kunnen echter veel doen om de huismussen weer terug te krijgen in de buurt. Help jij ook mee?

Zorg voor voedsel

De belangrijkste maatregelen die we kunnen nemen, zijn het beschikbaar maken van voedsel en het creëren van nestgelegenheid.

Huismussen hebben groene tuinen of plantsoenen nodig met hagen voor hun veiligheid en voor voedsel. Denk hierbij aan liguster, klimop, wingerd, vuurdoorn, meidoorn of een beukenhaag. Ze vinden veel voedsel in ruige stukjes, met onkruiden als bron voor zaden en kleine insecten. Een vijver, liefst met riet, biedt drinkwater en een bad, maar ook voedsel door de insecten die hierop af komen.

Mussen zijn erg plaatsgetrouw, hun leefgebied strekt zich meestal niet verder uit dan een paar honderd meter. Zorg dus samen met je buren voor meerdere groene stukken in de omgeving. En houd deze vooral niet te netjes; met wat rommelige stukken creëer je veel meer biodiversiteit. Niet alleen huismussen zijn daar dol op!

Creëer nestgelegenheid

Nestgelegenheid kun je op meerdere manieren aanleggen. Bedenk wel dat mussen in sociale groepen leven, dus zorg voor meerdere nestplekken samen. Houd een onderlinge afstand van minimaal 50 centimeter aan, of plaats de ingangen in een andere hoek zodat ze voor elkaar niet te zien zijn. Een basisvoorwaarde is wel voldoende voedselaanbod, want alleen nestplaatsen aanbieden in een verder steriele omgeving heeft weinig zin.

Er zijn verschillende nestkasten te koop. Bij renovatie of nieuwbouw kan een vogelvide onder de dakpannen ingebouwd worden. Er zijn losse nestkasten (waarvan je er meerdere plaatst), of mussenflats (een grote nestkast met meerdere nestplekken).

Een nestkast kun je ook zelf maken. Een uitstekende beschrijving voor het maken van een mooie mussenflat met drie appartementjes vind je bij de Haagse Vogelbescherming, inclusief handige tips over houtsoorten, ophangplaats en het voorkomen van vocht.

Hang de nestkasten met de vliegopening naar het noorden of oosten. Schoonmaken is niet nodig: de mussen doen dat zelf.

Overige tips om mussen te plezieren

  • Heb je zelf een kat? Doe hem een belletje om. Huiskatten zijn de grootste landroofdieren van Nederland die vele vogels van het leven beroven.
  • Houd een zandig stukje vrij. Dat is onontbeerlijk om een stofbad te nemen, waarmee ze parasieten weren.
  • Bied water aan, liefst in een vijvertje met langzaam aflopende rand. Bij gebrek aan ruimte kan dit ook goed in een waterschaal, zelfs op je balkon. Ververs het water regelmatig en maak de schaal wekelijks schoon, ook om ziekteverspreiding tegen te gaan.
  • Wordt er een oud gebouw bij jou in de buurt gesloopt, dan is er een kans dat daar huismussen (en gierzwaluwen en vleermuizen) verblijven. Stuur ons een mail via info@groenebuurten.nl zodat we de sloop bij verschillende organisaties onder de aandacht kunnen brengen. Je kunt ook de Vogelwerkgroep Amsterdam mailen; zij houden zich bezig met de bescherming van vogels en hun leefgebied.

Help mee om meer informatie over de mussenstand te krijgen

De stadsecologen maakten een digitale kaart waarop te zien waar huismussen voorkomen in Amsterdam. Om deze bijzonder stadsvogels beter te beschermen, is het belangrijk om de kaart te blijven aanvullen. De meeste verblijfplaatsen zijn geobserveerd vanaf de straatkant, dus wat er achter de gevels of in de binnentuinen gebeurt, is maar ten dele bekend. Mis je nog verblijfplaatsen van huismussen, mail dit dan aan huismus020@amsterdam.nl.

Meer lezen over de mus

Als je meer wilt weten over de mus, kijk dan eens naar de volgende informatie: basisgegevens inclusief herkenning en geluid, de factsheet huismus of check de laatste gevens over landelijke tellingen.

Meer vogels in je tuin

Wil je graag nestelende merels in jouw tuin? Ben je gek op pimpelmeesjes of heb je andere vogelwensen voor jouw tuin of balkon? Maak dan gebruik van de volgende tips. Hiermee trek je namelijk vogels aan, omdat je allerlei interessante dingen te bieden hebt:

  • De kern van een vogelvriendelijke omgeving is diversiteit. Denk hierbij aan verschil in hoogtes en soorten planten. Het is mooi als bodembedekkers, kruiden, bloemen, bomen, struiken en klimmers elkaar afwisselen in de tuin.
  • Kies voor inheemse beplanting. Inheemse planten lokken veel insecten, en meer insecten betekent ook meer natuurlijk voedsel voor vogels.
  • Voeg extra elementen toe. Zoals een vijvertje, composthoop, pergola en/of stapelmuurtje. Ook amfibieën en insecten voelen zich er trouwens thuis (en dat is weer goed voedsel voor vogels).
  • Plaats groenblijvende struiken, liefst met doorns. Struiken of klimmers met doorns bieden veiligheid tegen roofdieren zoals onze huiskat. Groenblijvers zijn ideaal voor beschutting in de winter. Het mooie is dat veel van deze soorten ook besjes hebben. Zo zorg je dat je tuin of balkon het hele jaar door iets te bieden heeft, van voedsel tot beschutting of nestelmogelijkheden.
  • Zorg voor water. Dat hebben vogels nodig om te drinken en om hun verenkleed schoon te houden. Dat kan met een vijvertje, maar een waterbak is een goed alternatief. Ververs het water regelmatig en reinig een waterschaal om het overdragen van besmettelijke ziektes te voorkomen.
  • Snoei niet tijdens het broedseizoen. Plan het snoeien van je struiken en heesters buiten het broedseizoen. Je wilt broedende vogels natuurlijk niet verstoren (en dat is bovendien verboden). Je leest meer over de wetgeving en andere zaken met betrekking tot de bescherming van vogels op deze pagina van de Vogelbescherming.
  • Gebruik geen gif en kies voor biologische of gifvrije beplanting. Plaagdieren verdelgen met gif is uit den boze! En ook in 2025 bevatten veel planten die van nature insecten aantrekken, nog allerlei gifresten. Al dat gif belandt in insecten, die vervolgens worden gegeten door vogels, en zo ook vergiftigd worden.

Vogelhuisje ophangen?

Pas als je tuin of balkon genoeg voedsel en beschutting biedt, heeft een vogelhuisje zin. Want waarom zouden ze ergens gaan broeden als daar weinig voedsel in de buurt te vinden is. Logisch dat ze dan liever in die groene tuin vol voedsel een nestje gaan maken.

Met deze tips zorg je ervoor dat het huisje goed hangt en onderhouden wordt:

  • Maak een oud neskastje in september schoon met een kleine borstel en/of plamuurmes
  • Hang een nieuw huisje al in september op. Zo kunnen de vogels eraan wennen en dient het ’s winters als schuilplaats
  • Hang het twee meter van de grond vanwege katten. Katten kunnen goed op kastjes of takken klimmen, houd daar dus rekening mee
  • Hang een vogelhuisje niet in de volle zon. Kies een plek met schaduw anders wordt het te heet.
  • Richt de vliegopening naar het noordoosten
  • Houd de invliegroutes vrij van takken en bladeren.
  • Kijk in maart nog even of het huisje nog schoon is
  • Laat een bezet nest volledig met rust.

Advies op maat

Het is ook mogelijk hierover advies op maat te krijgen van speciaal hiervoor opgeleide tuinvogelconsulenten van de Vogelbescherming. GroeneBuurten interviewde in oktober 2019 vogelconsulente Doris Koolmees die ons bovenstaande tips gaf. Wil je dus meer doen met je tuin of balkon en heb je speciefieke wensen, vraag dan een bezoek aan. De tuinvogelconsulent maakt samen met jou een gedetailleerd plan op maat.